Bewaarfase

Na de faillietverklaring gaat de zogenaamde bewaarfase in. In deze fase onderzoekt de curator alle zaken met betrekking tot de boedel en stelt hij deze veilig. Om te voorkomen dat delen van de boedel 'verdwijnen' is het soms nodig om deze te laten verzegelen. De curator stelt vervolgens zo snel mogelijk een boedelbeschrijving en een overzicht van baten en schulden op. Hij heeft hierbij verregaande bevoegdheden. Zo is hij gemachtigd het bedrijf van de failliete ondernemer voort te zetten en alle correspondentie te lezen. De faillietverklaarde ondernemer is bovendien verplicht om de curator alle inlichtingen te geven waar deze om vraagt. Als de ondernemer erg tegenwerkt en/of als de curator het vermoeden heeft dat deze wel eens naar het buitenland zou kunnen vertrekken, kan hij zelfs overgaan tot het innemen van het paspoort of het in verzekerde bewaring laten stellen van de failliete ondernemer.

Opheffing wegens gebrek aan baten In Nederland is de zogenaamde 'opheffing wegens gebrek aan baten' de meest voorkomende beëindiging van een faillissement. Dit gebeurt wanneer de failliete onderneming zo weinig bezittingen heeft dat zelfs de faillissementskosten, het honorarium van de curator, de kosten voor advertenties en boedelschulden niet betaald kunnen worden. De curator stelt de Rechtbank in zo'n geval voor om bij gebrek aan baten het faillissement op te heffen.

 

De verificatiefase

Als het faillissement na de bewaarfase niet is opgeheven wegens gebrek aan baten treedt de verificatiefase in. De curator gaat in deze fase na of de vorderingen van de crediteuren juist zijn. Die verificatie vindt plaats aan de hand van de aanwezige administratie en de mededelingen van de failliete ondernemer. Op de zogenaamde verificatievergadering worden alle vorderingen doorgenomen. Crediteuren wiens vorderingen worden betwist kunnen op deze vergadering hun vordering toelichten en proberen deze alsnog erkend te krijgen. Als men het hier niet eens wordt over de status van een schuld, dan beslist de Rechtbank. Crediteuren die in een vroeg stadium van de curator al te horen hebben gekregen dat hun vorderingen onbetwist zijn, verschijnen meestal niet op de verificatievergadering. Zij weten immers al dat hun vordering erkend is.

 

Akkoord

De failliet verklaarde ondernemer kan tijdens zijn faillissement één keer een akkoord aanbieden. In een akkoord biedt de failliete ondernemer aan een deel van zijn schulden af te lossen in ruil voor een finale kwijting. Om in aanmerking te komen voor een akkoord zal de ondernemer via 'derden' uiteraard wel moeten beschikken over de financiële middelen om het akkoord ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren. Een akkoord kan zowel in de bewaarfase als in de verificatiefase aangeboden worden. Als de failliete ondernemer dit niet doet of het akkoord niet aangenomen wordt, treedt de staat van insolventie in. De curator gaat dan over tot het afwikkelen van het faillissement. De boedel wordt verkocht en de opbrengst verdeeld onder de crediteuren.

 

Stemming

Over het akkoord moet worden gestemd op de verificatievergadering. Het akkoord wordt aangenomen als tenminste tweederde van de concurrente crediteuren op de verificatievergadering, die gezamenlijk ten minste 75 % van de concurrente schulden vertegenwoordigen, vóór stemmen. Crediteuren kunnen desgewenst bij volmacht stemmen. Om de stemming te beïnvloeden kan er eventueel geschoven worden in de percentages die de verschillende concurrente crediteuren aangeboden krijgen. In de praktijk komt het veel voor dat naarmate de concurrente vordering lager is een hoger percentage van die vordering wordt aangeboden om daarmee te bereiken dat kan worden voldaan aan het vereiste dat minimaal tweederde van het aantal concurrente crediteuren vóór een akkoord zal stemmen. Het is dus vaak een kwestie van goed rekenen om te bepalen welk percentage uiteindelijk aan welke concurrente crediteuren wordt aangeboden.

 

Preferente crediteuren

Het is in de praktijk gebruikelijk dat preferente crediteuren, de crediteuren met een voorrangsstatus, stellen dat zij mee willen werken aan een akkoord mits zij het dubbele percentage ontvangen van hetgeen de concurrente crediteuren wordt aangeboden. De fiscus stelt zich als preferente crediteur vaak op het standpunt dat zij daarnaast voor 100 % genoegdoening wenst van de vordering uit hoofde van artikel 29 Wet Omzetbelasting (teruggevraagde omzetbelasting door crediteuren).

 

Homologatie van akkoord

Nadat het akkoord door de crediteuren is aangenomen, moet de Rechtbank het akkoord nog goedkeuren. Dit wordt de homologatie van het akkoord genoemd. De Rechtbank mag het akkoord niet goedkeuren als de boedel aanzienlijk meer geld oplevert dan het totaal van de akkoordpenningen. Daarnaast moet de Rechtbank ervan overtuigd zijn dat de uitvoering van het akkoord met voldoende waarborgen is omgeven, zodat ook daadwerkelijk tot uitbetaling van de toegezegde gelden over kan worden gegaan. Als laatste controleert de Rechtbank of het akkoord op een eerlijke manier tot stand is gekomen en er geen sprake is van een zogenaamd sluipakkoord.

 

Sluipakkoord

Van een sluipakkoord is sprake als enkele crediteuren een aparte regeling treffen met de failliete ondernemer, ten nadele van de overige crediteuren. Dwangakkoord Met de homologatie van het akkoord eindigt het faillissement. Ook crediteuren die niet ingestemd hebben met het akkoord zijn er dan aan gebonden. Uitdelingslijst Ter afhandeling van het faillissement maakt de curator een zogenaamde uitdelingslijst op. Hierop staat onder meer vermeld:

  • De ontvangsten in het faillissement
  • De uitgaven in het faillissement
  • De crediteuren en de omvang van de vorderingen
  • Het bedrag dat aan de crediteuren zal worden uitbetaald

 

Einde faillissement

Het faillissement eindigt als de crediteuren instemmen met de uitdelingslijst. Crediteuren kunnen tot tien dagen nadat die lijst ter inzage door de curator is gedeponeerd bezwaar maken tegen de verdeling. Na die termijn wordt de uitdelingslijst bindend en eindigt daarmee het faillissement.

 

Schulden na faillissement

Het einde van een faillissement wil niet altijd zeggen dat een failliete ondernemer ook schuldenvrij is. Alleen wanneer het faillissement is beëindigd na homologatie van een akkoord is de ondernemer echt van zijn schulden af. In alle andere gevallen blijven de schulden bestaan. Een faillissement is dan ook een zeer ingrijpende gebeurtenis. Ook na het einde van het faillissement kunnen de crediteuren de ex-ondernemer immers blijven achtervolgen. Zodra de ondernemer er weer bovenop probeert te komen is de kans erg groot dat de crediteuren onmiddellijk weer op de stoep staan. Om te voorkomen dat privé-personen hun verdere leven met schulden uit hun failliete onderneming blijven zitten is de Faillissementswet onlangs gewijzigd en kunnen failliet gegane ondernemers aanspraak maken op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen Deze regeling is bedoeld voor natuurlijke personen, dus ook ondernemers die een bedrijf uitoefenen in de vorm van een eenmanszaak of een vennootschap onder firma. Als er een faillissement dreigt, kan de ondernemer de Rechtbank verzoeken voor hem een schuldsaneringsregeling te treffen. Dit houdt in dat er een voor een van te voren vastgestelde periode een afbetalingsregeling getroffen wordt voor een deel van het schuldbedrag en de rest kwijtgescholden wordt. Als het verzoek tot schuldsanering ingewilligd wordt kan de ondernemer, onder een aantal voorwaarden, na de saneringsperiode met een schone lei beginnen.